Terug naar overzicht

Voortgezet onderwijs bereidt zich voor op heropening met hybride onderwijs

Het openen van de middelbare scholen vraagt om het maken van keuzes, zo blijkt uit berichten in de media en contacten die VBS met haar scholen heeft. Het lijkt erop dat afstandsonderwijs ook in de periode tot de zomervakantie nog een belangrijk onderdeel van de lessen zal zijn. Op school kan dan in fysieke lessen meer aandacht zijn voor specifieke vakken, leerlingen en groepen van leerlingen zoals de klassen die volgend jaar examen doen.

VBS peilde bij enkele leden hoe zij de voorbereidingen op de herstart vormgeven. Een deel van de gesprekken vond plaats voor het kabinet op 19 mei de voorschriften voor heropening van het vo bekend maakte. Rode draad is dat onderwijspersoneel veelal positief staat tegenover fysieke heropening en blij is leerlingen weer op school te zien. De uitvoering roept hier en daar wel praktische vragen op die de komende periode beantwoord moeten worden.

Onderwijs
Een deel van de scholen gebruikt de openstelling in eerste instantie vooral voor gesprekken met leerlingen en specifieke lessen. Zo heeft een school het idee de online lessen in te korten van 70 naar 40 minuten (alleen instructie), waardoor leerlingen ’s middags in groepen naar school kunnen. Die lessen worden dan gebruikt voor extra instructie, het werken aan de kernvakken en gesprekken in kleine groepjes of individueel met de mentor.

Artho Jansen is voorzitter van de Stichting Vrije Scholen Zuidwest Nederland met drie vo-scholen én voorzitter van VBS. ‘Met onze drie vo-vrijescholen zoeken we naar wat we gezamenlijk kunnen doen en wat ze, passend bij de cultuur van de school, op hun eigen manier doen. Bij de drieslag van hoogleraar Gert Biesta, kwalificatie, subjectificatie en socialisatie, zijn de laatste twee de afgelopen periode sterk achtergebleven die moeten nu met voorrang aandacht krijgen. Daarom is maximale aandacht bij heropening: de ‘ik’ zien van het kind, daar wil je een inhaalslag maken. Tegelijkertijd zijn we onderweg naar eindexamens.’

Een van de scholen van Jansen kiest ervoor de klas als geheel bij elkaar te hebben. ‘Zij geven in grote ruimtes, de gymzaal, de theaterzaal en op het schoolplein, bewegingsvakken en creatieve vakken aan hele klassen’, vertelt Jansen. ‘Een andere school overweegt klassen in twee groepen te splitsen, waarbij de ene helft op school is en de andere helft de les online vanuit huis volgt. Verder willen ze inhaaltoetsen bieden en waar mogelijk kampen. De derde school kan door het gebouw weinig als ze de anderhalve meter strikt naleven met maximaal 10 leerlingen per klas. Ze willen vooral voortborduren op wat er gebeurt aan afstandsonderwijs.’

Jansen plaatst een kritische noot bij het kabinetsvoorschrift dat “het niet de bedoeling is dat de lessen op school worden beperkt tot een mentoruur en een paar toetsen”. ‘Dit is bij veel leraren en vooral mentoren in het verkeerde keelgat geschoten. Juist in die mentorlessen wordt het contact met de leerling gelegd: deze vormt de basis voor het verdere leerproces in de breedste zin van het woord.’

Maimonides
Joodse Scholengemeenschap Maimonides in Amsterdam stelt prioriteiten bij heropening. Allereerst het onderwijs aan kwetsbare leerlingen. ‘Dit zijn zes tot tien van onze 150 leerlingen die we al langer onderwijs op school bieden’, vertelt rector Iris Eshel. Ten tweede toetsen en verbetertoetsen van examenleerlingen. Dan de practica voor biologie, natuurkunde en scheikunde. ‘De toetsen nemen we tot eind van het schooljaar af met 35 leerlingen in de gymzaal zodat we 2 meter afstand kunnen houden en looppaden hebben. De practica wordt een uitdaging met een klein practicumlokaal waar nu zes in plaats van 15 leerlingen passen. Afstand houden wordt een probleem, want de docent moet erbij staan als er bijvoorbeeld ergens een vlammetje bij moet.’ De overgebleven uren worden ingevuld met fysieke lessen voor vakken waarvan leraren dat nodig vinden. ‘En de mentoruren zijn ook belangrijk voor het sociale contact. De toetsen zetten we in ten behoeve van het overgangsrapport.’

Personeel
Eshel is ontzettend trots op haar team. ‘Leraren, teamleiders, roostermaker en examensecretaris en conrector hebben keihard gewerkt en we hebben een enorme digitale ontwikkeling doorgemaakt met zijn allen. Zo’n 95 procent van de lessen gaat online door, alleen gym niet. Keerzijde is dat de werkdruk heel hoog is en de rek nu op raakt. Daarbij behoort 30 procent van mijn team tot een risicogroep.’ De oproep van het kabinet om zoveel mogelijk uren fysiek onderwijs te geven is een dilemma. ‘In ons gebouw kan ik 25 procent van de leerlingen tegelijk ontvangen, dat betekent dat 75 procent thuis niks om handen heeft en de netto leeropbrengst van leerlingen daalt. Want ik heb niet genoeg docenten om tegelijk fysiek en afstandsonderwijs te geven.’ Ze overweegt daarover contact op te nemen met de inspectie, zoals het kabinet aangeeft. ‘Maar we gaan dit met elkaar doen en natuurlijk zijn we blij de leerlingen weer op school te zien.’

Op een andere school komt 10 procent van de leraren niet. Ook gaf een school aan dat de meeste leraren graag starten, hoewel er ook een aantal grote bedenkingen hebben. Artho Jansen zegt over zijn drie vrijescholen: ‘Ik sprak een leraar die zijn leerlingen heel erg mist en de heropening fijn vindt. Anderzijds is een alleenstaande ouder bezorgd hoe het met haar jonge kinderen en met de mantelzorg voor haar ouders moet. Tussen die uitersten beweegt ons personeel zich. Over het algemeen is men blij dat er weer onderwijs op school mogelijk is.’

Vervoer
Jansen vindt dat scholen onverwacht in een heel laat stadium de taak erbij hebben gekregen om te zorgen dat het openbaar vervoer ontlast wordt. ‘Vooral voor regioscholen als de onze levert dit veel extra werkzaamheden op en onduidelijkheden voor ouders (bijvoorbeeld, mogen leerlingen wel of niet met trein van Gouda naar Rotterdam, als hun fiets op het station staat?), terwijl je je vooral wil focussen op het openen van de scholen’, zegt hij.
(20-05-2020)

Gerelateerd