Terug naar overzicht

‘Verbeter handelingsruimte bestuurders en onafhankelijkheid toezichthouders’

Bij ongeveer de helft van de schoolbesturen met een functionele scheiding van bestuur en toezicht liggen verbeterpunten bij de formele inrichting, de cultuur en houding. Dit blijkt uit onderzoek van de Onderwijsinspectie onder 20 besturen in het po, vo en so. VBS vindt de onderzoeksresultaten herkenbaar. ‘Bij governance gaat het om structuur en cultuur. Ik zie dat veel VBS-scholen volop in ontwikkeling zijn ten aanzien van beide governance-componenten’, zegt Edward Moolenburgh, directeur van VBS.

De Onderwijsinspectie constateerde in het onderzoek ‘Functionele scheiding van bestuur en toezicht in de praktijk’ grote verschillen tussen besturen met een functionele scheiding,. Dit zijn bestuursmodellen als het one-tier-model, bestuur-directiemodel en mandaat- of delegatiemodel, waarbij de toezichthoudende taken en uitvoerende bestuurstaken functioneel verdeeld zijn onder bestuursleden, of waar uitvoerende bestuurstaken verdeeld zijn aan personen buiten het bestuur (zoals een directie of schoolleiding).

Formele inrichting

Bij circa tien van de twintig onderzochte besturen zag de inspectie verbeterpunten. Deze besturen hebben weinig uitgewerkt over hoe ze het bestuur en toezicht willen invullen. Soms zijn er onduidelijkheden over de verdeling en scheiding van bevoegdheden. Bij vier besturen was de bevoegdheid om personeel aan te nemen en de organisatie extern te vertegenwoordigen bij intern toezichthouders belegd. Hierdoor is de handelingsruimte van uitvoerend bestuurders soms te beperkt.

Zorg ervoor dat iedereen over de juiste bevoegdheden beschikt, beveelt de inspectie aan. Bestuurders met uitvoerende taken moeten kunnen sturen op onderwijs, inclusief financiële en personele sturing.

Cultuur en houding

Uit het onderzoek komt naar voren dat uitvoerend bestuurders soms vinden dat toezichthoudend bestuurders kritischer mogen zijn. Er zijn besturen waar uitvoerenden en toezichthouders alles samen doen, en waar weinig geformaliseerd is en veel op basis van vertrouwen gaat. Ook overleggen niet alle intern toezichthouders twee keer per jaar met de GMR en leunen toezichthouders voor hun informatievoorziening soms teveel op uitvoerend bestuurders.

De Onderwijsinspectie ziet daarom bij cultuur en houding verbeterpunten als onafhankelijke informatievergaring en kritische vragen stellen. Dit is van belang om hun controlerende en onafhankelijke rol uit te kunnen oefenen. De inspectie concludeert dat de onafhankelijkheid van sommige toezichthouders beter kan.

Daarnaast stelt de inspectie dat de wettelijke kaders verduidelijking en voorlichting behoeven. De inspectie vindt het belangrijk dat sectororganisaties aandacht geven aan besturen met een functionele scheiding van bestuur en toezicht en zorgen voor een concrete uitwerking van een cultuur en houding die de onafhankelijkheid van intern toezichthouders ondersteunt.

VBS en governance

VBS doet dat al volop, reageert VBS-directeur Edward Moolenburgh. ‘Ik werk met veel scholen samen op governance-gebied om de scheiding van bestuur en toezicht door te ontwikkelen. Governance is en blijft work in progress, ook op het gebied van structuur en cultuur. Het is van belang dat die ontwikkeling er is, stilstand is achteruitgang.’ Een belangrijk element bij de scheiding van bestuur en toezicht is het gebruik van een intern toezichtskader. ‘Dat maakt de verhoudingen tussen bestuur- en toezichttaken duidelijk en laat zien waar je als organisatie op governance-terrein naartoe gaat.’ Scholen met vragen over governance kunnen altijd contact opnemen met VBS.

Lees meer over de scheiding van bestuur en toezicht via de VBS FAQ’s ‘Hoe geven we vorm aan intern toezicht?’ en ‘Hoe geven we inhoud aan intern toezicht?’. In de VBS Kennisbank vindt u de Check Code Goed Bestuur po en de Check Code Goed Bestuur vo.

Gerelateerd