Terug naar overzicht

Passend onderwijs: graag focus op cultuur en niet te veel op structuur

Afgelopen nacht stemde de Kamer over een aantal moties over passend onderwijs nadat er vorige week in de Kamer over is gedebatteerd. VBS zet kanttekeningen bij drie opvallende zaken die in het debat aan de orde kwamen: samenwerkingsverbanden, basisondersteuning en financiële reserves.

Wanneer is passend onderwijs ook echt passend. En voor wie? Leerlingen, leerkrachten, schoolbesturen, samenwerkingsverbanden, ouders en Inspectie hebben allemaal eigen beelden en verwachtingen. Voeg hierbij de verschillen in kwaliteit van scholen, verschillen tussen wijken en gezinsfactoren en het is duidelijk dat je geen algemene uitspraak kunt doen of Passend onderwijs als stelsel wel of niet werkt. Oplossingen voor verbeteringen die altijd kunnen, liggen wat VBS betreft dan ook niet in weer een stelselherziening (structuur) maar vooral in hoe we met elkaar vorm geven aan de praktijk (cultuur). Houdt iedereen zich aan de gemaakte afspraken, kijken we naar de geest van de wet en niet te veel naar de letter, staat het goede onderwijs aan alle kinderen centraal en zijn we in staat om daadwerkelijk samen te werken vanuit een gemeenschappelijke ambitie en niet alleen omdat de overheid het zo heeft opgelegd. VBS hoorde de volgende geluiden vanuit de Kamer.

Hef de samenwerkingsverbanden op en laat scholen de zorg zelf met elkaar regelen
De Kamer nam vannacht een motie aan waardoor het effectief opereren van samenwerkingsverbanden en de beste organisatievorm van samenwerkingsverbanden wordt onderzocht. Tijdens het debat was de Kamer stelliger: hef de samenwerkingsverbanden op en laat scholen de zorg zelf met elkaar regelen.
Dit klinkt mooi, maar een structuur opheffen of wijzigen zonder dat de onderliggende cultuur verandert leidt tot niets. Het gaat erom dat het bieden van de juiste extra begeleiding en zorg voor de leerling overal in de keten centraal staat. Door het opheffen van de samenwerkingsverbanden komt de ambitie van extra begeleiding en zorg niet opeens dichterbij. Het kan juist zo zijn dat samenwerken juist vrijblijvender wordt. Het aantal thuiszitters zal verder toenemen. De verplichte aansluiting voor het SO zou wel kunnen worden losgelaten. Dit legt nu een erg grote bureaucratische claim op de (V)SO scholen en op de bestuurders die soms wel onderdeel zijn van 10 tot 15 samenwerkingsverbanden; een dagtaak! De expertise van het SO kan ook zonder verplichte deelname van SO worden ontsloten.

Verbeteren van de samenwerking is voornamelijk een kwestie van de juiste samenwerkingscultuur en een gezamenlijke ambitie. De randvoorwaarden kun je optimaliseren door zaken zo eenvoudig mogelijk en zonder rompslomp te regelen (doelmatig en efficiënt). Hier zou de Inspectie een handhavende rol kunnen spelen, waarbij er tegelijkertijd meer erkenning moet zijn voor reguliere scholen die er alles aan doen om leerlingen binnen boord te houden en dat vervolgens terugzien in gemiddeld genomen mindere prestaties.

Leg de basisondersteuning wettelijk vast

De Kamer droeg vannacht daarnaast in een motie de minister op met alle betrokkenen landelijke normen voor basisondersteuning per schoollocatie te formuleren. De Kamer zal deze normen betrekken bij de evaluatie Passend onderwijs. Vorige week stelde de Kamer ook de basisondersteuning wettelijk vastgelegd moet worden.
Een school die zegt alles te kunnen, kan uiteindelijk niets goed. Middelen en expertise moeten efficiënt worden ingezet en scholen dienen onderling afdwingbare en controleerbare afspraken te maken over wie wat biedt.
Wordt gezamenlijk geconcludeerd dat ondersteuning niet kan worden geboden in het regulier onderwijs, dan dient er zonder teveel rompslomp te worden doorverwezen naar het speciaal basisonderwijs of het speciaal onderwijs.
Dit zou ook zonder toelaatbaarheidsverklaring kunnen. Met de aanwezige deskundigheid in de scholen kunnen de professionals heel goed zelf bepalen waar een kind het beste tot zijn recht komt. Dat scheelt tijd en kosten!

Samenwerkingsverbanden mogen geen financiële reserves hebben
Afgelopen nacht riep de Kamer de minister op afspraken te maken met de samenwerkingsverbanden over het zo snel mogelijk inzetten van de reserves. Ook worden de kosten van samenwerkingsverbanden in kaart gebracht.
Tijdens het debat vorige week was de stelling dat samenwerkingsverbanden geen financiele reserves mogen hebben. Niemand is er tegen dat middelen zoveel mogelijk moeten worden ingezet voor leerlingenzorg. Een verbod op reserves biedt naar de overtuiging van VBS echter een schijnwerkelijkheid, gecreëerd vanachter een tekentafel. Er kunnen goede redenen zijn om enige beredeneerde reserve aan te houden. Wat wel mag worden verwacht is dat deze aan elkaar en de maatschappij (horizontale verantwoording) en aan de Inspectie (verticale verantwoording) moet kunnen worden uitgelegd. Bij vrijheid hoort verantwoordelijkheid. Bij excessen zou moeten kunnen worden ingegrepen. Door een versimpelde inrichting en verlagen van de bureaucratie zijn al mindere reserves nodig en kunnen meer middelen worden ingezet waarvoor ze zijn bedoeld.

Andere afgelopen nacht aangenomen moties over passend onderwijs:
– Samenwerkingsverbanden moeten de kosten voor onderwijs aan hoogbegaafden voor hun rekening nemen; voor ouders is een eigen bijdrage niet meer nodig.
– Met de opleidingen gaat worden bezien hoe passend onderwijs beter in het curriculum van de opleidingen kan worden geborgd
– De minister moet een coalitie gaan opbouwen om tot inclusief en goed onderwijs te komen.
(05-07-2019)

Gerelateerd