Terug naar overzicht

NPO–middelen: extra inzet personeel dat al in dienst is, waar moet je op letten?

Een manier om de NPO-gelden in te zetten is parttimers die al in dienst zijn extra in te zetten. Onze Helpdesk zet voor je op een rij waar je dan op moet letten.

Werknemers in dienst in het primair onderwijs
Van werknemers die al een arbeidsovereenkomst hadden, kan het dienstverband worden verlengd voor deze werkzaamheden van kennelijk tijdelijke aard op grond van het NPO. Het is uiteraard wel belangrijk om te kijken op welke grondslag de werknemer eerder al benoemd is geweest. Indien bijvoorbeeld eerder een contract met uitzicht op een vast dienstverband is gegeven, ligt het niet voor de hand om over te stappen naar werkzaamheden van kennelijk tijdelijke aard.

Het is daarnaast ook van belang om rekening te houden met het feit dat de eerdere tijdelijke contracten wel meetellen voor de ketenbepaling horend bij de contractgrondslag werkzaamheden van kennelijk tijdelijk aard, namelijk maximaal drie contracten in drie jaar.

Werknemers in dienst in het Voortgezet onderwijs
Arbeidsovereenkomsten met werknemers die in dienst zijn bij de school kunnen voor hun werkzaamheden voor het NPO worden verlengd met een projectovereenkomst. Hierbij moet wel een totale duur (dus alle arbeidsovereenkomsten bij elkaar opgeteld) van twee jaar in acht worden genomen, zoals bepaald in artikel 9.2 lid 5 CAO VO.

Dit kan slechts anders zijn als de betrokken werknemer tot op heden al steeds op basis van een projectovereenkomst heeft gewerkt, dan is de totale toegestane duur vier jaar en het maximaal aantal contracten ook vier (artikel 9.2 lid 4 onder d jo lid 7 CAO VO).

Werknemers die reeds in dienst zijn kunnen ook worden verlengd op basis van een tijdelijke vacature. Ook hier geldt de totale duur van twee jaar (alle arbeidsovereenkomsten bij elkaar opgeteld), op basis van artikel 9.2 lid 5 CAO VO. Hier kan de totale duur echter, met instemming van de PMR, worden uitgebreid naar drie jaar, zie artikel 9.2 lid 6 CAO VO.

Wanneer je een werknemer wil inzetten vanuit NPO-middelen die al in dienst is, kan dit een arbeidsovereenkomst zijn geweest op basis van een andere benoemingsgrondslag uit de CAO, waar ook een andere (strengere) ketenbepaling voor geldt. Welke ketenbepaling je moet aanhouden als je grondslagen met een verschillende ketenbepaling combineert, is een vrij lastige vraag. Het is ook een redelijk unieke situatie, die in andere sectoren zelden voor komt.

Dit maakt ook dat er daardoor eigenlijk geen jurisprudentie is waaruit je zou kunnen opmaken hoe je hiermee om moet gaan. Een zienswijze, welke de VO-raad ook onderschrijft, is dat je in een dergelijke situatie altijd de strengste ketenbepaling zou moeten toepassen, omdat je anders als werkgever creatief met de ketenbepaling om kunt gaan door als de ene ketenbepaling als het ware verbruikt is, over te stappen op een andere benoemingsgrondslag waar een langere ketenbepaling voor geldt.

De contracten die reeds gegeven zijn, dienen uiteraard wel te worden meegeteld in die nieuwe ketenbepaling, bij de vraag hoeveel tijdelijke contracten je kunt geven en voor hoe lang je die dan nog kunt geven. Dit laatste geldt overigens ook voor de medewerkers die eerst op uitzendbasis of via detachering werkzaam zijn geweest. Hier is sprake van opvolgend werkgeverschap, waardoor je de uitzend- of detacheringsperiode wel mee moet tellen in welke keten je dan ook van toepassing acht.

Tijdelijke uitbreidingen in het primair en voortgezet onderwijs
Het is ook mogelijk om personeel dat al in dienst is een tijdelijke uitbreiding van hun huidige betrekkingsomvang te geven. Voor zowel het PO als het VO is deze mogelijkheid neergelegd in artikel 6.1 lid 4 van de CAO. In beginsel is de ketenbepaling niet van toepassing op een tijdelijke uitbreiding, omdat een tijdelijke uitbreiding in principe niet wordt aangemerkt als een zelfstandige arbeidsovereenkomst. Dit kan anders bepaald zijn in de cao. Dit is in het po en vo niet gebeurd. Jurisprudentie omtrent dit punt is echter wisselend.

Een tijdelijke uitbreiding van de arbeidsovereenkomst kan als schriftelijke wijziging (addendum) op de al bestaande arbeidsovereenkomst worden vastgelegd. Bij een tijdelijke uitbreiding ontstaat geen apart recht op een transitievergoeding en is de ketenbepaling niet van toepassing. Dit is alleen het geval indien de tijdelijke uitbreiding zou worden aangemerkt als een zelfstandige arbeidsovereenkomst.

Het is verstandig om de bedoeling van de tijdelijke uitbreiding duidelijk te maken: licht in het addendum toe dat het om een tijdelijke uitbreiding van de overeengekomen betrekkingsomvang gaat in verband met de NPO-middelen. Zo wordt – zoveel als mogelijk – voorkomen dat de uitbreiding wordt aangemerkt als een zelfstandige arbeidsovereenkomst. De tijdelijke uitbreiding kan wel gevolgen hebben voor een eventueel recht op en de hoogte van een WW-uitkering en bovenwettelijke uitkering(en).

De VBS Helpdesk staat voor je klaar!
Wil je meer weten over de inzet van NPO-gelden of heb je een andere vraag? Neem contact op met Nienke Daniels van de VBS Helpdesk via 070 – 331 52 15, helpdesk@vbs.nl of Whatsapp 06-33029694. De Helpdesk is dagelijks bereikbaar tussen 9.00 – 15.00 uur.

(Bron: PO-Raad en VO-raad, 22-06-2021)

Gerelateerd