Terug naar overzicht

Marathon in het speciaal onderwijs – interview met Freerik Meeuwes


Na negen jaar als bestuurder van Stichting Gewoon Speciaal Onderwijs en een lange carrière in het gespecialiseerd onderwijs (sbo, so en vso) neemt Freerik Meeuwes dit schooljaar afscheid. Vanaf het begin is zijn motivatie geweest: de leerling centraal en samenwerken om nieuwe dingen te starten.

“Mijn zoon zei onlangs: je bent iets meer dan 42 jaar geleden begonnen in het onderwijs. Dat is net een marathon, ook 42 en een beetje. Ik vind dat een mooie vergelijking. Je hebt bij allebei voorbereiding, uithoudingsvermogen, geduld en motivatie nodig. Soms gaat het vanzelf, soms kom je de man met de hamer tegen. En je moet elkaar ook helpen om een prestatie te leveren.”

Bestuurloos



“Eind jaren 70 liep ik stage op een LOM-school, wat we nu speciaal basisonderwijs (sbo) noemen. Ik vond het direct geweldig, je kunt echt van betekenis zijn voor de leerlingen. Daarna heb ik ruim 42 jaar in het gespecialiseerd onderwijs gewerkt. Dat ik uiteindelijk directeur en later bestuurder ben geworden was omdat ik dan meer impact kon hebben, meer kon bewerkstelligen. Ik ben geen bestuurder die op de tent past, ik wil kijken waar kansen en vernieuwing liggen. Je moet niet bang zijn nieuwe dingen aan te gaan, dat doe je samen, in het belang van de leerling.

Als bestuurder hou ik het contact met de mensen op de werkvloer. Dat heb ik nodig, om mijn rol goed in te kunnen vullen moet ik weten wat er speelt in de organisatie, wat de wensen zijn, waar de kansen liggen. In de Corona-tijd voelde ik me bestuurloos. Het benodigde contact was weg. Misschien wel het mooiste moment van de afgelopen tijd was dat ik weer op de scholen kwam en zag dat de mensen nog steeds keken naar de kinderen en nieuwe kansen aangingen. Daar ben ik enorm trots op.”

Twee fundamentele visies


“Samenwerken is ingewikkeld, ook omdat we het onderwijs lastig, zeer versnipperd, hebben georganiseerd. Als je het hebt over regulier en gespecialiseerd onderwijs gaat het fundamenteel om twee visies: zet je alle leerlingen bij elkaar in een klas en gaat er eentje af en toe uit voor extra, andere ondersteuning? Of: zet je leerlingen met extra ondersteuningsbehoeftes apart en komen leerlingen af en toe bij elkaar? Het is niet verwonderlijk dat ik van de eerste visie ben.

Realiseer je dat een leerling eerst moet falen – ik zeg het expres hard – om in het gespecialiseerd onderwijs te komen. Eerst gaat het mis en dan gaan we echt helpen. Dat is raar. We gaan uit van het gemiddelde in Nederland. De meeste leraren hebben nog nooit een sbo-, so- of vso-leerling gezien of in de klas gehad. Mijn wens zou zijn dat elke pabo-student minstens een keer ruim stage loopt in het gespecialiseerd onderwijs. Dan herken je eerder de leerlingen die iets anders nodig hebben  en misschien ook al een beetje wat ze nodig hebben”

Bewustwording in stapjes


“Wat ik niet begrijp: waarom er tegengestelde belangen in het onderwijs zijn. Iedereen stelt het belang van het kind, de leerling centraal. En toch komt samenwerking moeilijk van de grond. Neem bijvoorbeeld inclusiviteit, iedereen is ervoor. Maar na een vergadering hierover komt een deelnemer uit het regulier onderwijs naar me toe: ‘we hebben een moeilijk kind, kun jij die nemen?’. Tussen denken en doen zit nog wel een gat.

Ik ben niet cynisch, ik weet dat bewustwording in kleine stapjes gaat. Het is mooi dat er nu al veel gebeurt. Soms zeggen mensen dat ik voor eigen parochie preek, dat ik het gespecialiseerd onderwijs in stand wil houden. Maar als morgen alle sbo-, so- en vso-leerlingen in het regulier onderwijs passend onderwijs kunnen krijgen, dan ben ik de eerste om dat toe te juichen. Wel met pijn in het hart, want het gespecialiseerd onderwijs is en blijft voor mij de mooiste plek om in te werken.”

(29 juni 2022)

Gerelateerd