Terug naar overzicht

Mag ik langdurig zieke werknemers ‘slapend’ in dienst houden?

Werkgevers houden langdurig zieke werknemers soms in een slapend dienstverband om geen transitievergoeding te hoeven betalen. De Hoge Raad oordeelde dat werkgevers dit niet meer mogen doen en dat ze deze werknemers een ontslagvergoeding moeten betalen. De VBS Helpdesk zet de gevolgen van de uitspraak op een rij.

Het gaat om duizenden werknemers die na twee jaar ziekte ontslagen mogen worden. Werkgevers doen dit regelmatig niet omdat ze dan een transitievergoeding (ontslagvergoeding) moeten betalen, die in 2019 maximaal 81 duizend euro bruto bedraagt. Werkgevers vinden dat ze genoeg kosten gemaakt hebben na twee jaar loondoorbetaling bij ziekte en re-integratiekosten. Werknemers blijven dan ‘slapend in dienst’, waarbij ze geen loon meer ontvangen en arbeidsongeschikt thuis zitten met een WIA-uitkering.

De Hoge Raad oordeelde op 8 november dat werkgevers op grond van goed werkgeverschap niet meer in een slapend dienstverband mag houden. Werkgevers dienen deze dienstverbanden dus te beëindigen en deze werknemers een transitievergoeding te betalen. De Hoge Raad stelt dat het argument van hoge kosten voor een werkgever niet meer opgaat omdat ze vanaf april 2020 door het UWV worden gecompenseerd voor betaling van de transitievergoeding aan een langdurig arbeidsongeschikte werknemer.

De Hoge Raad maakt een uitzondering voor het beëindigen van slapende dienstverbanden. Een werkgever mag een arbeidsongeschikte werknemer toch in dienst houden als er bijvoorbeeld reëel uitzicht is op re-integratie, als de verwachting is dat een werknemer in de toekomst weer aan het werk kan dus.

Lees hier de volledige uitspraak van de Hoge Raad over slapende dienstverbanden
(13-11-2019)

Gerelateerd