Terug naar overzicht

Hoeveel tijdelijke dienstverbanden kan ik met een medewerker aangaan?

De VBS Helpdesk krijgt vaak de vraag van een werkgever in het po of ze een medewerker nog een tijdelijk contract mogen aanbieden en niet gebonden zijn aan een vast contract? Het antwoord op deze vraag hangt af van het soort en aantal opeenvolgende dienstverbanden van een werknemer, en de duur daarvan, vertelt Nienke Daniëls van de VBS Helpdesk.

De ketenregeling, het aantal opeenvolgende dienstverbanden van een werknemer, is namelijk sinds de CAO PO 2018-2019 voor het bijzonder onderwijs aangepast en verruimd. Voor het beantwoorden van deze vraag moet je onderscheid maken tussen de volgende tijdelijke dienstverbanden in de cao:

Een ‘gewoon’ dienstverband voor bepaalde tijd
In de CAO PO staat aangegeven dat een tijdelijke arbeidsovereenkomst mag worden aangegaan indien er sprake is van ‘kennelijk tijdelijk werk’. Bij kennelijk tijdelijk werk kan het ook gaan om een functie die wegens krimp zal verdwijnen, of om een samenloop van verschillende gronden. Bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd geldt de ‘gewone’ wettelijke ketenregeling. Er mogen drie opeenvolgende tijdelijke arbeidsovereenkomsten worden aangegaan binnen een periode van 24 maanden. Er ontstaat een nieuwe keten van contracten zodra een medewerker zes maanden en een dag niet in dienst is geweest.
(zie Artikel 3.1 lid 3)

Een dienstverband alleen voor vervanging (geen ziektevervanging)
Bij het aangaan van een dienstverband uitsluitend voor vervanging anders dan ziektevervanging, dan geldt bij uitzondering op de gewone ketenregeling een ruimere ketenregeling. Er mogen dan zes tijdelijke contracten worden aangegaan gedurende maximaal 36 maanden. Het is altijd verstandig om in de arbeidsovereenkomst op te nemen dat het gaat om een arbeidsovereenkomst uitsluitend voor vervangingswerk, waarop de ruimere keten uit de cao van toepassing is. Elk contract in de keten moet een contract uitsluitend voor vervangingswerk zijn. Indien er sprake is van een tijdelijk contract dat niet is aangegaan voor vervanging (bijvoorbeeld wegens tijdelijk werk of een project), dan geldt de ruimere ketenregeling niet meer.
Wil je de medewerker toch een tijdelijk contract aanbieden voor ander werk dan vervanging? Dan geldt direct de gewone ketenregeling voor tijdelijke contract volgens artikel 3.1 lid 3. Elk contract dat je met deze medewerker bent aangegaan (ook de contracten voor uitsluitend vervangingswerk!) vallen dan direct onder de gewone ketenregeling.
(zie artikel 3.1 lid 4)

Voorbeeld

Een medewerker is in 12 maanden vier tijdelijke contracten aangegaan uitsluitend voor vervanging wegens studieverlof. Vervolgens komt er een tijdelijke vacature beschikbaar (die niet voor vervanging is), waarvoor de werkgever met deze medewerker een tijdelijke arbeidsovereenkomst aangaat. Op dat moment ontstaat er direct een vast contract. Dit contract is namelijk al de vijfde in de keten. Er is niet langer sprake van een keten van contracten uitsluitend voor vervanging. In dit geval geldt direct de gewone ketenregeling waarbij ook de contracten uitsluitend ter vervanging worden meegeteld (artikel 3.1. lid 3 is van toepassing) er mogen maar drie tijdelijke contracten worden aangegaan in 24 maanden.

Een arbeidsovereenkomst wegens vervanging bij ziekte
Vanaf 1 augustus 2018 geldt in het bijzonder onderwijs een uitzondering op ketenregeling voor vervanging bij ziekte van een leraar. Voor een vervanger -uitsluitend wegens ziekte van een leraar- geldt een aparte ketenregeling: gedurende 36 maanden mag een onbeperkt aantal vervangingen wegens ziekte worden uitgevoerd zonder dat een vast contract ontstaat. Daarna moeten er minimaal zes maanden en een dag zitten tot de volgende arbeidsovereenkomst voor vervanging uitsluitend in verband met ziekte van een leraar.
Wordt er toch voor een langere duur dan 36 maanden een tijdelijk dienstverband voor vervanging in verband met ziekte van een leraar gegeven, dan ontstaat op basis van deze keten een vast contract. Indien na deze periode van 36 maanden ander werk wordt verricht (bijvoorbeeld tijdelijke vacature of vervanging anders dan ziekte) dan hoeven die werkzaamheden niet te worden meegeteld in deze keten want de ziektevervangingen vormen een aparte keten! Duren deze werkzaamheden langer dan 6 maanden en één dag dan start een nieuwe periode van 36 maanden.

Een arbeidsovereenkomst die wordt aangegaan uitsluitend voor vervanging van een zieke leraar hoeft niet mee te worden geteld in de ketenregeling van de bovenstaande tijdelijke dienstverbanden volgens artikelen 3.1 lid 3 en 4. Deze arbeidsovereenkomsten kan je bij toepassing van de ketenregeling onder artikel 3.1 lid 3 en 4 volledig buiten beschouwing laten alsof ze nooit zijn aangegaan. Je hoeft ze niet mee te tellen in die keten en bij het vaststellen van de periode tussen twee contracten kun je dit contract buiten beschouwing laten.
Ook in dit geval is het verstandig in de arbeidsovereenkomst op te nemen dat het gaat om een arbeidsovereenkomst uitsluitend ter vervanging van een zieke leraar, waarop de ketenregeling volgens artikel 3.1 lid 3 en 4 niet van toepassing is, maar de keten volgens artikel 3.1 lid 5.
(zie artikel 3.1 lid 5)

Voorbeeld
Een medewerker is in 12 maanden al 5 keer een tijdelijk contract aangegaan wegens ziekte. Daarnaast is de medewerker 5 tijdelijke contracten aangegaan wegens vervanging van zwangerschapsverlof. Vervolgens gaat de medewerker een nieuwe contract aan wegens ziektevervanging (artikel 3.1. lid 5 is van toepassing). Het dienstverband aangegaan wegens vervanging van een zieke leerkracht hoeft niet mee te worden geteld in de keten van de andere tijdelijke dienstverbanden, er ontstaat geen vast dienstverband.
(Bron PO-Raad)

Meer weten?
Neem contact op met de VBS Helpdesk: Nienke Daniëls, 070 – 331 52 15 / helpdesk@vbs.nl.

Gerelateerd