Volgens de GMR moet de RvT op grond van artikel 17 WPO ten minste twee keer per jaar overleg met hem voeren. Ook had de RvT op grond van artikel 17 Wms nieuwe competentieprofielen van RVT-leden ter advies aan hem moeten voorleggen. De GMR dient hierover een klacht in bij de landelijke geschillencommissie WMS. Lees hier het oordeel.
Standpunt GMR
De RvT voert niet, zoals voorgeschreven in artikel 17c lid 3 Wet op het Primair Onderwijs (WPO), ten minste twee keer per jaar overleg met de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR). Ook heeft de Raad van Toezicht (RvT) in een brief van januari 2021 nieuwe competentieprofielen voor RvT-leden vastgesteld, zonder de GMR hierover om advies te vragen. Dit is strijdig met artikel 11 lid 1 aanhef en onder q van de Wet medezeggenschap (Wms).
Standpunt RvT
Door omstandigheden is onvoldoende invulling aan de overlegverplichting voortvloeiend uit artikel 17c lid 3 WPO gegeven. Dit is inmiddels gecompenseerd door overleg van de RvT en de GMR en door de Mediation die heeft plaats gevonden.
De competentieprofielen zijn al eerder vastgesteld, namelijk op 18 mei 2020. De RvT heeft gebruik gemaakt van deze profielen. Voor zover de GMR meent dat haar toentertijd ten onrechte geen advies is gevraagd over de vast te stellen profielen, geldt dat in mei/juni 2020 de GMR gebleken is dat de profielen zijn vastgesteld. De termijn om een verzoek hieromtrent bij de Commissie in te dienen is zes weken en is daarom verlopen.
Oordeel Commissie
Adviesgeschil competentieprofielen
Uit notulen blijkt dat in de GMR-vergadering van mei 2020 is gesproken over vast te stellen competentieprofielen voor leden van de RvT, met daarbij “iedereen akkoord (is) met de nieuwe formulering”. De GMR heeft niet aannemelijk gemaakt dat daarna nieuwe profielen zijn vastgesteld. Ook blijkt niet dat nieuwe competentieprofielen zijn opgesteld of gehanteerd na mei 2020. Nu niet is gebleken dat de RvT nieuwe profielen heeft opgesteld, acht zij de GMR op dit punt niet-ontvankelijk.
Naleving artikel 17c lid 3 WPO
Hierin is bepaald dat de RvT ten minste twee keer per jaar overleg met de GMR dient te plegen. In het jaar 2020 is dit niet gebeurd. Aldus staat vast dat de RvT niet heeft voldaan aan de voor hem geldende verplichting jegens de GMR. Het verzoek is gegrond en de Commissie legt de RvT de verplichting op ten minste twee maal per jaar overleg met de GMR te voeren.
Lees de gehele uitspraak van de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS hier